Een milieubewuster wagenpark

Een milieubewuster wagenpark
Milieuprestaties worden alsmaar belangrijker omdat de klant er steeds meer naar vraagt. Implementatie van milieubewuste beheersystemen leidt tot milieubewustere vraag van zowel goederen als services. Milieuaspecten van transportsystemen zijn een complexe mix van verschillende impacten door de gehele levenscyclus van het voertuig en bij elk doeltreffend mileubeheersysteem is transport een van de hoofdelementen. Dit is een poging om Fleet Managers, die verantwoordelijk zijn voor het wagenpark van hun bedrijf, te helpen bij de integratie van de best mogelijk praktijken in een algemeen fleetbeleid.

Dit kan gevolgen hebben voor het beleid van human resources en andere werkmethoden die u in strategisch opzicht moet overwegen. U doet er goed aan enkele items op de lijst te controleren. Een van de belangrijkste aspecten die onze aandacht vereist bij het opstellen van een "milieubewust" wagenparkbeleid wordt hieronder besproken. Hiermee wordt dan een checklist van specifieke beleidsproblemen opgesteld zodat u uw bestaand beleid kunt controleren.

We hopen dat u de inhoud stimulerend vindt. Als u verder in wilt gaan op de details van een van de besproken aspecten of als u assistentie wilt bij de mogelijkheden voor uw bedrijf , neemt u dan gerust contact op met de afd. Business Sales van Volvo Cars Nederland.

1. Keuze leverancier

Het feit dat een leverancier over een milieubeheerssysteem beschikt (ISO 14001 en/of EMAS-registratie) is een garantie dat deze een gestructureerde, duurzame en allesomvattende reeks procedures heeft doorgevoerd om de milieueffecten te verminderen en de oplettendheid van zijn werknemers te bevorderen. De ambities en resultaten van het bedrijf worden middels milieubeleid en -rapporten gepresenteerd.

2. Product informatie

Om zicht te krijgen op de milieu-impact van uw wagenpark dient u de rechtstreekse effecten van de producten die u specificeert en gebruikt te kwantificeren. Dat betekent dat voertuigconstructeurs gedetailleerde productspecificaties moeten verschaffen die de totale milieu-impact dekken (productie, gebruik en recycling, zie ook hoofdstuk 9).

3. Brandstof policy

Er is momenteel een hele reeks brandstoffen verkrijgbaar die van land tot land kunnen verschillen. De concurrenten van diesel en benzine op de korte termijn zijn samengeperst aardgas (CNG) en vloeibaar petroleumgas (LPG), met aan de horizon benzine-elektrische hybriden met brandstofcellen. Er bestaat geen perfecte brandstof. Ze hebben allemaal hun voor- en nadelen. De Fleet Manager moet bepalen welke brandstof(fen) het best tegemoet komt (komen) aan de wagenparkbehoeften, rekening houdend met verbruik, milieu-impact (CO2, Nox, Sox, roetdeeltjes enz.), brandstofkosten, tankinfrastructuur en restwaarden. Om gebruik te maken van de allernieuwste ontwikkelingen en om het risico van blootstelling aan één benadering te vermijden, kan het nuttig zijn een gemengd wagenpark te overwegen in termen van gebruikte brandstoffen. Een bedrijf moet op zijn minst in staat zijn een brandstofcontrolesysteem te introduceren dat gekoppeld is aan een brandstofkaartsysteem.
Een verlaging van het brandstofverbruik heeft een positieve impact op het milieu maar zorgt ook voor kostenbesparing. Bestuurders van een bedrijfsauto zouden moeten worden getraind en door middel van incentives worden aangemoedigd hun brandstofverbruik zo laag mogelijk te houden.

4. Emissiewaarden

Bij gebruik van fossiele brandstoffen is de uitstoot van broeikasgas, CO2, recht evenredig met het brandstofverbruik. De uitstoot van koolstofmonoxide, CO, koolwaterstof, HC, en stikstofoxide, Nox, hangt in grote mate af van de verbrandingsefficiëntie en de prestatie van katalysators.
HC en Nox zijn belangrijke factoren bij de vorming van ozon in de onderste luchtlagen. De dieselmotor zorgt voor een hoger brandstofrendement maar stoot meer Nox en roetdeeltjes uit dan benzinemotoren.

5. Onderhoud en reparatie

Onderhoud en reparatie hebben eveneens een impact op het milieu door het gebruik van natuurlijke grondstoffen en het ontstaan van afval en schadelijke werkplaatsemissies. Werkplaatsen, die aan strenge milieunormen voldoen, zijn dan ook uiterst belangrijk, vooral wanneer onderhoud en reparaties worden uitbesteed. Het is essentieel dat auto's worden onderhouden volgens zeer strenge normen, om optimale verbruiks- en emissiewaarden mogelijk te maken.

6. Alternatieve reisplannen

De autoafhankelijkheid blijft toenemen en de Europese regeringen trachten het autogebruik te ontmoedigen door middel van fiscale maatregelen. Alternatieve reisplannen zijn gemakkelijker bij personeelsconcentraties en wanneer er werkelijke alternatieven bestaan.

7. Metingen en voordurend verbeteren

Milieuverbeteringen zijn slechts mogelijk wanneer de prestaties worden gemeten en gecontroleerd. Typische waarden die moeten worden gemeten zijn brandstofverbruik, CO2-uitstoot, toxische emissies en bandenslijtage.
De doelstellingen voor verbetering moeten jaarlijks worden bepaald en regelmatig worden gecontroleerd (ieder kwartaal) met rapportering aan bestuurders en andere belangstellende partijen.

8. Sociale overwegingen m.b.t. de levenscyclus van de auto

Hoewel het beleid inzake de gebruiksperiode van auto's varieert, vervangen de meeste bedrijven hun auto's na drie jaar. Dat betekent dat de auto het grootste gedeelte van zijn levensduur wordt gebruikt door tweede of derde eigenaars. Dat roept de belangrijke vraag op naar de maatregelen die genomen worden om de auto te onderhouden en gebruiken volgens de strenge normen van het bedrijf. Dit implicateert dat de verkoper van het voertuig ervoor moet zorgen dat de auto wordt verkocht met de hoogst mogelijke kwaliteit in verhouding tot de ouderdom en de kilometerstand.

Checklist beleidskwesties

Beleidskwestie

Alle leveranciers hebben goedgekeurde milieubeheerssystemen of zullen binnen een redelijk tijdsbestek over een dergelijk systeem beschikken (ISO 14001 of EMAS).
 
Alle leveranciers kennen uw specifieke milieu-eisen als geheel en weten vooral welke gevolgen dat voor hen heeft.
 
Alle leveranciers publiceren een milieubeleid waarin hun verbeteringsdoelstellingen en -metingen uiteen worden gezet.
 
Het inkoopbeleid van het bedrijf omvat milieu-overwegingen en de voorkeur gaat uit naar leveranciers die de beste resultaten kunnen voorleggen inzake milieubehoud.
 
Iedere leverancier moet in staat zijn aan te tonen hoe hij aan uw behoeften zal voldoen. Het kan nuttig zijn uw behoeften te klasseren volgens impact en een onderscheid te maken tussen essentiële en wenselijke elementen.
 
Alle leveranciers zouden uitgebreide milieugegevens en -specificaties voor hun producten moeten verschaffen alvorens deze in aanmerking kunnen komen bij een wagenkeuze.
 
U moet de minimale aanvaardbare milieucriteria bepalen die alle aspecten behelzen, van de gebruikte materialen bij de productie, tot de productiemethoden, het gebruik van de wagen en zijn afvalimplicaties op lange termijn.
 
De voorkeur wordt gegeven aan de beste milieuprestatie, bij voorkeur met de goedkeuring van derden.
 
Continue beoordeling van alternatieve brandstofopties, inclusief gebruik en tankinfrastructuur.
 
Voordelen van een wagenpark met verschillende brandstoftypes: bedrijfsimago, brandstofkosten, doorverkoopwaarden
 
Bestuurderopleidings- en bewustmakingsprogramma's.
 
Voorkeur voor voertuigen met laag brandstofverbruik.
 
Human Resources-beleid voor incentives in het algemeen, zodat er een gepast schema kan worden uitgewerkt.
 
Gebruik deze discussie om iedereen op positieve wijze te betrekken bij het transportdebat voor uw bedrijf.
 
Houd rekening met de ouderdom van het wagenpark om steeds over de nieuwste en meest doeltreffende emissietechnologieën te beschikken.
 
Zorg voor een evenwicht van verschillende voertuigen in het wagenpark om tegemoet te komen aan verschillende behoeften en om de impact te minimaliseren van researchresultaten die positieve milieu-inspanningen teniet doen.
 
Systeem voor het geven van visuele indicaties van emissieproblemen – bijv. zwarte rook uit dieselmotoren.
 
Opleiding en bewustmaking van bestuurders hangt hier duidelijk samen met de discussie over brandstofverbruik.
 
Instellen van milieuvriendelijke werkplaatsprocedures (recyclage, energie-efficiëntie, enz.) – voer uw eigen procedures in of ga na of de dealer die het onderhoud uitvoert over een milieubeleid en milieuvriendelijke procedures beschikt.
 
Regelmatig testen van de uitstoot, als aanvulling bij het onderhoud.
 
Bestuurders moeten hun bandenspanning regelmatig controleren. Dat kan een aspect zijn van het eerder vermelde incentiveprogramma. Hoe kan uw bandendienstverlener u hiermee helpen?
 
Strikte naleving van de onderhoudsschema's, zowel inhoudelijk als qua timing.
 
Invoeren van een systeem voor bestuurders om problemen/storingen van de wagen te rapporteren.
 
Aanmoedigen van Carpooling.
 
Bedrijfsbeleid betreffende trein- en vliegtuigvervoer ontwikkelen en bekendmaken.
 
Opleiding in milieubewustzijn voor personeel.
 
Personeelsvoorzieningen ter bevordering van fietsen of wandelen. 

Organiseer indien mogelijk minibusdiensten met de lokale overheid.
 
Maak gebruik van video- of audioconferenties.
 
Ga na of het werkelijk nodig is dat er zoveel wordt gereisd voor het werk.
 
Houd rekening met alle elementen binnen het voorgestelde incentiveprogramma.
 
Zorg voor metingen.
 
Doelstellingen bepaald en gecontroleerd.
 
Resultaten meegedeeld. (Dit kan de plaats zijn voor het bekendmaken van de resulten van bestuurdersincentives.)
 
Afgesproken normen binnen uw leveranciersovereenkomsten voor de afdanking van een voertuig, ongeacht of het voertuig door u werd gekocht of geleast. Dat is wat de koper mogelijk van u verwacht als milieuprestatie van uw wagens op dit punt.
 
Verstrek bestuurders advies over het afdanken van batterijen, banden, enz.
 
Te ontwikkelen normen voor integratie in de ISO- of EMAS-procedures van uw bedrijf.
 
Zich bewust zijn van toekomstige ontwikkeling van Congestieheffingen en lage-emissiezones