Design

LIFESTYLE Op naar perfecte rijprestaties

Volvo maakt auto’s die net zo goed rijden als dat ze eruitzien. Daarom wordt elk model onder heel zware omstandigheden getest: van in de bloedhete woestijn tot in de extreem koude noordpoolcirkel.

TEKST: STEPHEN WORTHY FOTO’S: ANDREW SHAYLOR

Volvo test zijn auto’s al dertig jaar in zijn eigen wintertestcentrum op de poolcirkel in het noorden van Zweden

We komen aan op de testsite. Geen Volvo vlaggen, geen trompetgeschal. We rijden onder een schijnbaar anonieme slagboom en volgen een wirwar van ijzige wegen tot aan de werkplaats van Volvo Cars. Achter een drie meter hoog veiligheidshek doemt een rechthoekige, groene doos op. Dit is het kloppende hart van het testcentrum. Buiten staan auto’s mooi op een rijtje. Het opvallende zwart-witte uniform met zebraprint van een groot aantal liegt er niet om: dit zijn testauto’s. Binnen is het lekker warm en rustig. Iedereen is geconcentreerd bezig. We worden er omsingeld door auto’s in ‘zebrapak’, waarvan de meeste ons van op een hefbrug aanstaren. De monteurs lopen af en aan. Sommigen zitten met hun hoofd onder een motorkap, anderen analyseren gegevens op hun computer. Dit zou een autotestcentrum waar ook ter wereld kunnen zijn, maar dat is het niet. We bevinden ons op 66° noorderbreedte, dat is 5° meer naar het noorden dan Anchorage in Alaska.

In een van de spartaans ingerichte kantoren van de werkplaats verschijnt Roger Wallgren, Attribute Leader in voertuigdynamiek. Samen met zijn team ontwikkelt en verfijnt hij de chassis. Hier werken ze aan het ‘rijkarakter’ van elke nieuwe Volvo. Tijdens ons gesprek levert een koerier een pakket af: enkele pas ontworpen en vervaardigde ophangingsonderdelen die Roger voor een testauto besteld heeft. We zitten dan wel op tientallen kilometers van het dichtstbijzijnde dorp, maar zo’n bevoorrading is nodig als je echte kwaliteit wilt afleveren.

Roger trekt een wollen muts en een dikke thermische jas aan. We gaan buiten met de auto’s rijden. Dit is zeker geen doorsnee dag op kantoor. Buiten de muren van de werkplaats zijn de testomstandigheden zo extreem als ze maar kunnen zijn. Verspreid over een indrukwekkend noordpoolgebied van duizenden hectare ligt een wirwar van testpistes ingesloten in het ijs: snelle rechte stukken, onverharde paden, gladde kronkelwegen en scherpe bochten.

We komen aan op de testsite. Geen Volvo vlaggen, geen trompetgeschal. We rijden onder een schijnbaar anonieme slagboom en volgen een wirwar van ijzige wegen tot aan de werkplaats van Volvo Cars. Achter een drie meter hoog veiligheidshek doemt een rechthoekige, groene doos op. Dit is het kloppende hart van het testcentrum. Buiten staan auto’s mooi op een rijtje. Het opvallende zwart-witte uniform met zebraprint van een groot aantal liegt er niet om: dit zijn testauto’s. Binnen is het lekker warm en rustig. Iedereen is geconcentreerd bezig. We worden er omsingeld door auto’s in ‘zebrapak’, waarvan de meeste ons van op een hefbrug aanstaren. De monteurs lopen af en aan. Sommigen zitten met hun hoofd onder een motorkap, anderen analyseren gegevens op hun computer. Dit zou een autotestcentrum waar ook ter wereld kunnen zijn, maar dat is het niet. We bevinden ons op 66° noorderbreedte, dat is 5° meer naar het noorden dan Anchorage in Alaska.

In een van de spartaans ingerichte kantoren van de werkplaats verschijnt Roger Wallgren, Attribute Leader in voertuigdynamiek. Samen met zijn team ontwikkelt en verfijnt hij de chassis. Hier werken ze aan het ‘rijkarakter’ van elke nieuwe Volvo. Tijdens ons gesprek levert een koerier een pakket af: enkele pas ontworpen en vervaardigde ophangingsonderdelen die Roger voor een testauto besteld heeft. We zitten dan wel op tientallen kilometers van het dichtstbijzijnde dorp, maar zo’n bevoorrading is nodig als je echte kwaliteit wilt afleveren.

Roger trekt een wollen muts en een dikke thermische jas aan. We gaan buiten met de auto’s rijden. Dit is zeker geen doorsnee dag op kantoor. Buiten de muren van de werkplaats zijn de testomstandigheden zo extreem als ze maar kunnen zijn. Verspreid over een indrukwekkend noordpoolgebied van duizenden hectare ligt een wirwar van testpistes ingesloten in het ijs: snelle rechte stukken, onverharde paden, gladde kronkelwegen en scherpe bochten.

“Onze aandachtspunten? Voorspelbaarheid, vertrouwen, consistentie en controleerbaarheid”

ROGER WALLGREN

Attribute Leader, voertuigdynamiek, Volvo Cars

Hier drijven Roger en zijn collega’s de auto’s tot het uiterste. Ze noteren hoe elk model reageert op de verschillende ondergronden, temperaturen, snelheden en stuurcorrecties. Elke byte aan data moet worden opgetekend en geïnterpreteerd. Daarom sluiten ze elke auto op een laptop aan, die met een beugel op de middenconsole vastzit. Geen slecht idee, zo blijkt. Want Roger houdt zich niet in en doet met zijn extreme rijstijl de omstandigheden alle eer aan. Alleen zo kan hij alles tot in de puntjes juist krijgen. En een rondvliegende laptop kan behoorlijk wat schade aanrichten.

Vanuit de passagiersstoel zie ik hoe Roger zigzagt over een ijzig recht stuk. In het oppervlak zitten lange, diepe groeven, net alsof iemand er met een ijzeren kam over gegaan is. Met een aaneenschakeling van strakke stuurcorrecties en zwierige afwisselingen tussen het rem- en gaspedaal drijft hij een XC60 met vierwielaandrijving tot het uiterste. Ondanks deze sterke krachtmeting zijn auto en bestuurder mooi in balans en lijkt alles onder controle. Maar waar let Roger zoal op? “Ik ga op zoek naar een gevoel van vertrouwen”, legt hij uit terwijl we het opstuivende ijs achter ons laten. “Je kijkt of de auto reageert zoals verwacht op snelle en tragere stuurcorrecties. Onze aandachtspunten? Voorspelbaarheid, vertrouwen, consistentie en controleerbaarheid. Een auto moet feedback geven aan de bestuurder, zodat die weet wat er gebeurt.”

“The end game here is the confidence that the driver will feel when they drive it,” explains Roger. “When a car comes to the end of its grip, is it easy and smooth to control or snappy? We want it to be predictable and easy to control. This is not just a winter car or a summer car – it has to be good in all conditions.”

The following morning, we have an early start. The temperature is -31˚C… artificially generated. We’re inside a freezer box. Part garage, part industrial fridge, it allows Volvo Cars engineers to mimic extreme ‘cold starts’. Spend 10 minutes inside here and your thighs feel like a side of chilled venison, every breath you inhale courses through your lungs like you’re swallowing icicles. A new Volvo 316 has been shut in overnight. When the freezer box doors are opened and the car rolls into the morning sun, the warmer air outside – it’s a sweltering 2˚C, in comparison – causes the condensation on the car to form mist clouds. There’s now half an hour to get the car out on the test routes to take full benefit of the car’s lowered temperature. Are all mechanical fluids working properly? Steering? Electronics? Will it start first time? The answer is yes. This is a car that has the strength of character to go anywhere.

Roger is deep in concentration as he drives. You can almost see his own internal computer making tiny calculations. “I love the problem solving and engineering parts of my work,” he says. “What we’re doing here is balancing our latest driving technology with the skill, expertise and experience of Volvo Cars’ engineers, who all love driving. This meeting of art and science allows us to create such a natural, rewarding driving experience.”

It’s this combination of extreme attention to detail, expert human input and innovative technology that lies at the heart of this new generation of Volvo Cars – a definitive mark of quality.