Bedieningsfuncties middendisplay

Veel autofuncties zijn te bedienen en regelen vanaf het middendisplay. Het middendisplay is een touchscreen dat op aanraking reageert.

Touchscreenfunctie middendisplay gebruiken

De schermreacties hangen af van de vraag of u erop drukt of slepende of vegende bewegingen maakt. U kunt van het ene naar het andere scherm bladeren, objecten markeren, scrollen in een lijst en apps verplaatsen door het scherm op verschillende manieren aan te raken.

Dankzij IR-stralen kan het scherm ook vingers op korte afstand vóór het scherm registreren. Deze technologie maakt het mogelijk om het scherm ook te gebruiken als u handschoenen aan hebt.

Het scherm is gelijktijdig door twee mensen te bedienen, bijvoorbeeld om het klimaat aan de bestuurders- en passagierszijde in te stellen.

 Belangrijk

Raak het scherm niet met scherpe voorwerpen aan om krassen te voorkomen.

In de onderstaande tabel worden de verschillende methoden voor schermbediening toegelicht:

MethodeUitvoeringResultaat
P5-1507-Gestures-Tap
Eenmaal indrukken.Een object markeren, een keuze bevestigen of een functie activeren.
Tweemaal snel drukken.Inzoomen op een digitaal object, zoals de kaart*.
Eenmaal drukken en vasthouden.Een object beetpakken. Is te gebruiken om apps of kaartpunten op de kaart te verplaatsen*. Houd de vinger(s) op het scherm gedrukt, terwijl u het object naar de gewenste locatie sleept.
P5-1507-Gestures-Tap with two fingers
Eenmaal drukken met twee vingers.Uitzoomen van een digitaal object, zoals de kaart*.
P5-1507-Gestures-Drag
VegenWisselen tussen schermen, bladeren in een lijst, tekst of scherm. Ingedrukt houden en verslepen om apps of kaartpunten op de kaart te verplaatsen*. Horizontaal of verticaal over het scherm slepen.
P5-1507-Gestures-Flick
Snel vegen/slepenWisselen tussen schermen, bladeren in een lijst, tekst of scherm. Horizontaal of verticaal over het scherm slepen.
P5-1507-Gestures-Spread
SpreidenInzoomen.
P5-1507-Gestures-Pinch
KnijpenUitzoomen.

Scherm uitschakelen en weer activeren

P5-1507-Touch screen-button
Homeknop voor middendisplay.

De consequentie van een uitgeschakeld middendisplay is dat het scherm wordt gedimd om u tijdens het rijden niet te storen. Het klimaatveld is nog wel zichtbaar en apps en andere functies die aan het scherm gekoppeld zijn, blijven doordraaien.

Houd de fysieke homeknop onder het scherm langere tijd ingedrukt.
Het scherm dooft, met uitzondering van het klimaatveld dat nog steeds zichtbaar is. Alle functies, zoals klimaat, geluid, geleiding* en apps zijn, nog steeds actief. In deze stand kunt u het scherm schoonmaken met het meegeleverde schoonmaakdoekje, zie het artikel "Middendisplay reinigen".
Display opnieuw inschakelen - kort op de homeknop drukken.
U ziet dan weer hetzelfde als toen het scherm werd uitgeschakeld.

 N.b.

Het scherm kan niet worden uitgezet als er een bepaald commando op het scherm staat.

 N.b.

Het middendisplay wordt automatisch uitgeschakeld als de motor uit is en het bestuurdersportier wordt geopend.

Terugkeren naar homescherm vanuit een ander scherm

Druk kort op de homeknop.
De laatst geactiveerde stand voor het homescherm verschijnt.
Druk opnieuw kort op de homeknop.
Alle deelschermen van het homescherm worden in de standaardstand gezet.

 N.b.

In het homescherm van de standaardstand – druk kort op de homeknop. Op het scherm verschijnt een animatie die uitlegt hoe u de verschillende tegels kunt openen.

Apps en knoppen voor autofuncties verplaatsen

De apps en de knoppen voor autofuncties op het app- en functiescherm zijn te verplaatsen en naar wens anders te organiseren.

Blijf op een app/knop drukken.
De app/knop verandert van grootte en wordt transparant. U kunt de app/knop vervolgens verplaatsen.
Sleep de app/knop naar een lege plek op het scherm.

Het maximale aantal regels voor apps/knoppen is 48. Om een app/knop tot buiten het zichtbare schermgedeelte te verplaatsen moet u deze naar de onderkant van het scherm slepen. Er worden dan automatisch nieuwe regels voor de app/knop toegevoegd.

Het is dan ook mogelijk om een app/knop verder naar onderen te verplaatsen, zodat deze in de normale schermstand niet zichtbaar is.

Veeg over het scherm om omhoog/omlaag te bladeren.

 N.b.

Verberg de apps die u zelden of nooit gebruikt door ze helemaal onderaan te plaatsen, buiten het zichtveld. Op die manier kunt u makkelijker de apps vinden die u vaker gebruikt.

In een lijst, artikel of scherm bladeren

Wanneer een bladerindicator zichtbaar is op het scherm, kunt u omhoog- of omlaagbladeren. Veeg op een willekeurige plaats op het scherm omhoog of omlaag.

P5-1546 - Scroll indicator in centerdisplay
De bladerindicator verschijnt op het middendisplay, wanneer u omhoog of omlaag kunt bladeren.

Bediening op middendisplay gebruiken

P5-1507–Climate–Temperature regulation
Temperatuurbediening.

Tal van autosystemen gebruiken bedieningselementen. Regel bijvoorbeeld de temperatuur door:

  • het bedieningselement naar de gewenste temperatuur te slepen,
  • op + / te drukken om de temperatuur in stapjes te verhogen/verlagen, of
  • op de gewenste temperatuur op het bedieningselement te drukken.
  1. * Optie/accessoire.