Motorruimte

Motorolie - controleren en bijvullen

Bijgewerkt 7/23/2018

Bepaalde motorvarianten zijn voor het detecteren van het oliepeil voorzien van een elektronische peilsensor, terwijl bij andere motorvarianten een handmatige controle met een oliepeilstok plaatsvindt.

Video thumbnail

Motor met oliepeilstok

Geldt niet voor 4- of 5-cilinderdieselmotoren die een elektronische oliepeilsensor hebben.

Peilstok en vulpijp.

Peilstok en vulpijp.

Bij een nieuwe auto is het belangrijk om het oliepeil te controleren, voordat de olie voor de eerste keer volgens schema moet worden ververst.

Volvo adviseert u het oliepeil om de 2500 km te controleren. De betrouwbaarste meting wordt verkregen bij een koude motor vóór de start. Meteen na het afzetten van de motor krijgt u een verkeerd resultaat. De peilstok geeft dan een te laag peil aan, omdat de olie geen tijd heeft gehad om terug te lopen naar het oliecarter.

De olie moet tussen het MIN- en MAX-streepje staan.

De olie moet tussen het MIN- en MAX-streepje staan.

Peil meten en zo nodig corrigeren

Zorg dat de auto op een vlakke ondergrond geparkeerd staat. Het is belangrijk dat u na het afzetten van de motor ten minste 5 minuten wacht, zodat de olie weer kan teruglopen in het oliecarter.

Trek de peilstok tevoorschijn en veeg deze schoon.

Steek de peilstok weer naar binnen.

Trek de peilstok tevoorschijn en controleer het peil.

Als de olie dichter bij het MIN-streepje ligt, dient u 0,5 liter bij te vullen. Als de olie daar ver onder staat, moet u wellicht meer bijvullen.

Als u het peil daarna opnieuw wenst te controleren, moet u dat na enige tijd rijden doen. Herhaal vervolgens de stappen 1–4.

Waarschuwing

Vul nooit bij tot boven de MAX-aanduiding. De olie mag nooit boven MAX of onder MIN staan om motorschade tegen te gaan.

Waarschuwing

Mors geen olie op de hete uitlaatspruitstukken, aangezien er dan brand kan ontstaat.

Motor met elektronische oliepeilsensor, 4-cil.

VulpijpBij een motor met elektronische oliepeilsensor ontbreekt de peilstok..

Vulpijp

Bij een motor met elektronische oliepeilsensor ontbreekt de peilstok.

.

In sommige gevallen moet olie worden bijgevuld tussen de servicebeurten door.

Aanpassing van het motoroliepeil is niet nodig voordat er een melding op het bestuurdersdisplay verschijnt, zie volgende afbeelding.

Melding en grafische voorstelling op display. Het linker display verschijnt op een digitaal instrumentenpaneel en het rechter op een analoog.

Melding en grafische voorstelling op display. Het linker display verschijnt op een digitaal instrumentenpaneel en het rechter op een analoog.

Melding
Motoroliepeil

Wanneer de motor afgezet is, kunt u het duimwiel gebruiken om het oliepeil te laten controleren door de elektronische oliepeilsensor, zie Menufuncties - instrumentenpaneel.

Waarschuwing

Bij het verschijnen van de melding Olieservice vereist moet u een werkplaats opzoeken – geadviseerd wordt een erkende Volvo-werkplaats. Het oliepeil is mogelijk te hoog.

Belangrijk

Vul bij een melding dat het oliepeil gering alleen de aangegeven hoeveelheid olie bij, bijvoorbeeld 0,5 liter.

Let op

Na het bijvullen of aftappen van olie duurt het even voordat het systeem wijzigingen in het oliepeil kan waarnemen. De auto moet ca. 30 km hebben gereden en vervolgens 5 minuten op een vlakke ondergrond hebben stilgestaan met de motor afgezet, voordat het weergegeven oliepeil correct is.

Waarschuwing

Mors geen olie op de hete uitlaatspruitstukken, aangezien er dan brand kan ontstaat.

Oliepeil meten, 4-cil.

              

Houd voor controle van het oliepeil de onderstaande procedure aan.

Draai het duimwiel op de linker stuurhendel naar stand Oliepeil.

Vervolgens verschijnt informatie over het motoroliepeil.

Voor meer informatie over de menufuncties, zie Menufuncties - instrumentenpaneel.

Let op

Als niet aan de gestelde voorwaarden voor meting van het oliepeil is voldaan (verstreken tijd na motoruitschakeling, hellingshoek van de auto, buitentemperatuur e.d.), zal de melding Niet beschikbaar niet verschijnen. Dit betekent niet dat een van de autosystemen een storing vertoont.

Motor met elektronische oliepeilsensor, 5-cil. diesel

VulpijpBij een motor met elektronische oliepeilsensor ontbreekt de peilstok..

Vulpijp

Bij een motor met elektronische oliepeilsensor ontbreekt de peilstok.

.

Aanpassing van het motoroliepeil is niet nodig voordat er een melding op het bestuurdersdisplay verschijnt, zie volgende afbeelding.

Melding en grafische voorstelling op display. Het linker display verschijnt op een digitaal instrumentenpaneel en het rechter op een analoog.

Melding en grafische voorstelling op display. Het linker display verschijnt op een digitaal instrumentenpaneel en het rechter op een analoog.

Melding
Motoroliepeil

Wanneer de motor afgezet is, kunt u het duimwiel gebruiken om het oliepeil te laten controleren door de elektronische oliepeilsensor, zie Menufuncties - instrumentenpaneel.

Waarschuwing

Bij het verschijnen van de melding Olieservice vereist moet u een werkplaats opzoeken – geadviseerd wordt een erkende Volvo-werkplaats. Het oliepeil is mogelijk te hoog.

Belangrijk

Vul bij het verschijnen van de melding Oliepeil laag 0,5 liter bijvullen slechts 0,5 liter bij.

Let op

Het systeem detecteert het oliepeil alleen tijdens het rijden. Na het bijvullen of aftappen van olie duurt het even voordat het systeem wijzigingen in het oliepeil kan waarnemen. De auto dient ca. 30 km te rijden, voordat het weergegeven oliepeil correct is.

Waarschuwing

Vul niet meer olie bij, als niveau (3) of (4) verschijnt zoals aangegeven op de afbeelding. De olie mag nooit boven MAX of onder MIN staan om motorschade tegen te gaan.

Waarschuwing

Mors geen olie op de hete uitlaatspruitstukken, aangezien er dan brand kan ontstaat.

Oliepeil meten, 5-cil. diesel

              

Houd voor controle van het oliepeil de onderstaande procedure aan.

Draai het duimwiel op de linker stuurhendel naar stand Oliepeil.

Vervolgens verschijnt informatie over het motoroliepeil.

Voor meer informatie over de menufuncties, zie Menufuncties - instrumentenpaneel.

De cijfers 1–4 geven het niveau aan. Vul niet meer olie bij, als niveau (3) of (4) staat aangegeven. Het aanbevolen niveau is 4. Melding en grafische voorstelling op display. Het linker display verschijnt op een digitaal instrumentenpaneel en het rechter op een analoog.

De cijfers 1–4 geven het niveau aan. Vul niet meer olie bij, als niveau (3) of (4) staat aangegeven. Het aanbevolen niveau is 4. Melding en grafische voorstelling op display. Het linker display verschijnt op een digitaal instrumentenpaneel en het rechter op een analoog.


Was dit nuttig?