Starten en rijden

Starthulp met accu

Bijgewerkt 7/23/2018

Als de startaccu uitgeput is, kunt u de auto starten met stroom van een hulpaccu.

Als u een hulpaccu gebruikt bij het starten wordt geadviseerd de volgende stappen aan te houden om kortsluiting en andere schade te voorkomen:

Zet het elektrische systeem van de auto in de sleutelstand 0, zie Sleutelstanden - functies in verschillende standen.

Belangrijk

Na sleutelstand 0: Wacht ca. 2 minuten voordat u de hulpaccu aansluit, zodat het stuursysteem de vereiste parameters kan instellen.

Controleer of de hulpaccu een spanning van 12 V levert.

Als de hulpaccu in een andere auto is gemonteerd, moet u de motor van die auto afzetten en ervoor zorgen dat de beide auto's elkaar niet raken.

Bevestig de ene klem van de rode startkabel aan de pluspool (1) van de hulpaccu.

Belangrijk

Wees voorzichtig bij het aansluiten van de startkabels om kortsluiting met andere onderdelen in de motorruimte te voorkomen.

Haal de clips op de voorste dekplaat van de uitgeputte accu los en verwijder de dekplaat.

Bevestig de andere klem van de rode startkabel aan de pluspool (2) van de auto.

Bevestig de ene klem van de zwarte startkabel aan de minpool (3) van de hulpaccu.

Bevestig de andere klem aan een massapunt, zoals een van de hefogen (4) op de motor.

Controleer of de aansluitklemmen van de startkabels goed vastzitten om te voorkomen dat er tijdens de startpoging vonken ontstaan.

Start de motor van de "hulpauto" en laat deze enkele minuten draaien op een toerental dat iets hoger ligt dan normaal, ca. 1500 omw/min.

Start de motor van de auto met de uitgeputte accu met de transpondersleutel geplaatst en druk op de START/STOP ENGINE-knop, zie Motor starten.

Let op

Bij motorstart in normale omstandigheden wordt doorgaans de elektrische aandrijving gebruikt – de dieselmotor blijft uitgeschakeld. Dit betekent dat de elektromotor na een druk op de knop START/STOP ENGINE ‘gestart’ is, zodat de auto rijklaar is. Ter bevestiging dat de elektromotor is gestart, doven de controlesymbolen op het instrumentenpaneel en gaat het gekozen thema branden.

Belangrijk

Raak de aansluitingen niet aan tijdens de startpoging. Er bestaat namelijk gevaar voor vonkvorming.

Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde - eerst de zwarte kabel en daarna de rode.

Zorg dat geen van de aansluitklemmen aan de zwarte startkabel contact kan maken met de pluspool van de accu of met de aangesloten klem van de rode startkabel.

Plaats de voorste dekplaat van de opgeladen accu terug.

Waarschuwing

  • De startaccu kan het zeer explosieve knalgas produceren. Eén enkele vonk, veroorzaakt door een onjuiste aansluiting van een startkabel, kan volstaan om de accu tot ontploffing te brengen.
  • De startaccu bevat tevens zwavelzuur dat ernstige chemische brandwonden kan veroorzaken.
  • Als u accuzuur in uw ogen krijgt of op uw huid of kleren morst, moet u onmiddellijk met grote hoeveelheden water spoelen. Neem onmiddellijk contact op met een arts, als u accuzuur in uw ogen krijgt.

Was dit nuttig?