Brandstof

Brandstof - diesel

Bijgewerkt 7/23/2018

De motor loopt op dieselolie.

Maak alleen gebruik van dieselolie van gerenommeerde oliemaatschappijen. Giet nooit brandstof van twijfelachtige kwaliteit in de tank. De dieselbrandstof moet voldoen aan de norm EN 590, SS 155435 of JIS K 2204. Dieselmotoren zijn gevoelig voor verontreiniging in de brandstof, zoals metaaldeeltjes en een hoog zwavelgehalte.

Bij lage temperaturen (lager dan 0 °C) kan de paraffine in de dieselolie uitvlokken. Dit kan tot startproblemen leiden. De verkrijgbare brandstofkwaliteiten moeten zich lenen voor gebruik in het actuele jaargetijde en klimaatgebied, maar in extreme weersomstandigheden, bij gebruik van verouderde brandstof of bij ritten door verschillende klimaatgebieden kan desondanks uitvlokking optreden.

Het risico van condensatie in de brandstoftank neemt af, als u de tank altijd goed gevuld houdt. Houd tijdens het tanken het gebied rond de vulpijp goed schoon. Voorkom morsen op gelakte oppervlakken. Maak als u gemorst hebt het gebied met water en zeep schoon.

Belangrijk

De dieselolie:

  • moet voldoen aan de norm EN 590, SS 155435 of JIS K 2204
  • moet een zwavelgehalte hebben van maximaal 10 mg/kg;
  • mag maximaal 7 vol%FAME (Fatty Acid Methyl Ester) bevatten.

Belangrijk

Maak geen gebruik van de volgende dieselolieachtige brandstoffen:

  • speciale toevoegingen (dopes)
  • scheepsolie
  • stookolie
  • FAME

    Dieselolie kan max. 7% FAME bevatten. Het is niet toegestaan meer toe te voegen.

    (Fatty Acid Methyl Ester) of plantaardige olie.

Dergelijke brandstoffen voldoen niet aan de kwaliteitseisen die Volvo stelt en geven aanleiding tot verhoogde vormen van slijtage en motorschade die niet worden gedekt door de garanties van Volvo.

Beperkingen door lage buitentemperaturen

Om te voorkomen dat paraffinen (zie voorgaande paragraaf) uitvlokken bij gebruik van een dieseloliesoort met een geringe koudebestendigheid is de auto (afhankelijk van de markt) voorzien van een functie die bij lage temperaturen automatisch beperkingen instelt voor het gebruik van de elektrische aandrijving in de rijmodus PURE of HYBRID. In een dergelijke situatie blijft de dieselmotor continu draaien.

De koudebestendigheid van de dieselolie geeft aan hoe geschikt deze brandstof is voor gebruik bij lage temperaturen. Normaal is de koudebestendigheid van de dieselolie afgestemd op de klimaatzone en het seizoen waarin de brandstof gedistribueerd en verkocht wordt.

Naarmate de brandstof in de tank ouder wordt vinden er bij lage temperaturen meer automatische beperkingen plaats. Voor een auto die net getankt is gelden geen beperkingen, maar naarmate de brandstof in de tank ouder wordt (ouderdom in maanden) nemen eventuele beperkingen toe.

De functie past bij lage buitentemperaturen het brandstofverbruik van de auto dusdanig aan dat er verse brandstof (met de juiste koudebestendigheid) kan/moet worden bijgetankt, voordat de aanwezige brandstof in de tank de kritieke temperatuur bereikt.

Ouderdom brandstof

De combinatie van oude dieselolie (met een ouderdom van zo'n 5 maanden of meer) en condenswater kan in bepaalde omstandigheden aanleiding geven tot de groei van algen en bacteriën in het brandstofsysteem en/of oxidatie van de brandstof met motorpech als mogelijk gevolg.

Ter voorkoming van dergelijke problemen heeft de auto een ingebouwde controlefunctie die de ouderdom van de brandstof bijhoudt. In het kader van deze functie verschijnt mogelijk een duidelijke displaymelding, bijvoorbeeld:

  • Verouderde brandstof Start verbrandingsmotor voor brandstofverbruik
  • Oude brandstof Motor draait om brandstof te verbr.
  • Oude brandstof Vul brandstoftank

Neem in het gegeven geval de aanbevolen maatregel in acht.

Wanneer u de tank leegrijdt

Na motoruitval door brandstofgebrek heeft het brandstofsysteem enige tijd nodig om een controle uit te voeren. Doe in dat geval (ná bijtanken met dieselolie) het volgende, voordat u de motor start:

  1. Plaats de transpondersleutel in het contactslot en duw deze tot aan de aanslag naar binnen. Voor meer informatie, zie Sleutelstanden.
  2. Druk op de START-knop zonder rem- en/of koppelingspedaal te bedienen.
  3. Wacht ca. één minuut.
  4. Om de motor te starten: Bedien rem- en/of koppelingspedaal en druk nogmaals op de START-knop.

Let op

Alvorens brandstof te tanken bij een leeggereden tank:

  • Breng de auto tot stilstand op een zo egaal/horizontaal mogelijke ondergrond – als de auto overhelt, bestaat er gevaar voor luchtbellen in de brandstoftoevoer.

Waar u op moet letten, wanneer u de tank hebt leeggereden

Probeer te voorkomen dat u zonder brandstof komt te staan. Wanneer u de tank hebt leeggereden, kunt u verder rijden op de resterende stroom in de hybride-accu. Wanneer u vervolgens weer brandstof hebt kunnen tanken, is het mogelijk dat het iets langer duurt voordat de motor aanslaat (tot 30 seconden). In sommige gevallen zijn mogelijk meerdere startpogingen vereist.

Nadat de motor is aangeslagen wordt geadviseerd om deze minstens 5 minuten te laten draaien. Kies de rijmodus AWD of POWER voor optimale brandstoftoevoer.

Als de melding Verbrandingsmotor niet beschikbaar Vermogen en actieradius beperkt verschijnt op het bestuurdersdisplay – zet de motor dan af en start deze opnieuw om de maximale motorfunctie te herstellen.

Condenswater uit brandstoffilter aftappen

Geldt alleen voor vijfcilindermotoren.

Het brandstoffilter ontdoet de brandstof van condenswater. Condenswater kan anders aanleiding geven tot motorstoringen.

Voor optimale prestaties is het belangrijk de vervangingsintervallen voor het brandstoffilter aan te houden en originele onderdelen te gebruiken.

Houd u voor het aftappen van het condenswater aan de specificaties die in uw Service- en garantieboekje staan aangegeven. Ook wanneer u vermoedt dat er verontreinigde brandstof is gebruikt, moet u het brandstoffilter aftappen. Voor meer informatie, zie Serviceprogramma van Volvo.

Belangrijk

Bepaalde speciale toevoegingen verwijderen de waterafscheiding in het brandstoffilter.


Was dit nuttig?