Wielen verwisselen

Wielen verwisselen - wielen verwijderen

Bijgewerkt 7/23/2018

De wielen van de auto kunnen worden verwisseld door bijvoorbeeld winterbanden.

Reservewiel*

Het optionele reservewiel is leverbaar in twee verschillende uitvoeringen: voor opslag in een opbergzak of voor plaatsing onder de laadvloer.

De volgende instructies gelden alleen voor reservewielen die bij wijze van extra bij de auto zijn gekocht. Als de auto niet is uitgerust met een reservewiel - zie de informatie over de noodreparatieset voor banden (TMK).

Een compact reservewiel (Temporary Spare) is alleen bestemd voor tijdelijk gebruik en dient dan ook zo spoedig mogelijk door een normaal wiel te worden vervangen. Het rijgedrag van de auto kan zich wijzigen bij het gebruik van een compact reservewiel. Het compacte reservewiel is kleiner dan een normaal wiel. De bodemspeling verandert er daarom door. Wees voorzichtig bij hoge trottoirbanden en reinig de auto niet in een autowasstraat. Als het reservewiel op de vooras zit, kunt u evenmin sneeuwkettingen omleggen. Bij vierwielaangedreven auto’s is de achterwielaandrijving uit te schakelen. Het reservewiel mag niet worden gerepareerd.

In de bandenspanningstabel staat de juiste bandenspanning voor het reservewiel.

Belangrijk

  • Rijd met een reservewiel op de auto nooit sneller dan 80 km/u.
  • Er mag nooit met de auto worden gereden als deze van meer dan één reservewiel van het type ‘Temporary Spare’ is voorzien.

Het reservewiel ligt met de buitenkant omlaag in de ruimte voor het reservewiel. Dezelfde doorloopbout waarmee het blok schuimrubber vastzitten houdt ook het reservewiel in positie. Het blok schuimrubber bevat al het gereedschap.

Het reservewiel wordt aangeleverd in een zak die op de laadvloer van de bagageruimte moet worden bewaard en met riemen worden bevestigd.

Auto’s met vier verankeringsogen.

Auto’s met vier verankeringsogen.

Draai de handgreep van de reservewielzak naar u toe. Bevestig de haken van de vastgenaaide spanbanden in de voorste verankeringsogen. Bevestig de lange band in een van de voorste verankeringsogen, leid de band diagonaal over het reservewiel en door de bovenste handgreep. Zet de korte spanband vast op de lange. Bevestig deze in het achterste verankeringsoog en trek aan.

Reservewiel onder laadvloer erbij nemen

Klap de vloer in de bagageruimte omhoog.

Draai de bevestigingsbout los.

Til het blok schuimrubber met het gereedschap erin uit de auto.

Til het reservewiel uit de auto.

Reservewiel in opbergzak erbij nemen.

Haal de spanbanden los, til het reservewiel uit de bagageruimte en haal het uit de reservewielzak.

Klap de vloer in de bagageruimte omhoog.

Til het gereedschap en de krik uit het blok schuimrubber.

Verwijderen

Zet een gevarendriehoek op, als u een wiel moet verwisselen langs een drukke weg. Zorg ervoor dat de auto en de krik* op een stevige en horizontale ondergrond staan.

Haal de parkeerrem aan en schakel de achteruitversnelling in of zet de keuzehendel in stand P, als de auto een automatische versnellingsbak heeft.

Waarschuwing

Controleer of de krik intact is, goed gesmeerde schroefdraadwindingen heeft en vrij van vuil is.

Let op

Volvo adviseert u alleen de krik te gebruiken* die bij de auto hoort, zoals aangegeven op de kriksticker.

Op de sticker staat tevens de maximale hefcapaciteit bij de vermelde minimale hefhoogte.

Neem de krik*, de wielsleutel*, het demontagegereedschap voor de wieldop* en voor de kunststof boutafdekkingen erbij die in het blok schuimrubber liggen. Bij gebruik van een andere krik, zie Auto opnemen.

Demontagegereedschap voor kunststof boutafdekkingen.

Demontagegereedschap voor kunststof boutafdekkingen.

Plaats wielblokken voor en achter de wielen die op de grond blijven staan. Gebruik daarvoor bijvoorbeeld grote houten blokken of grote stenen.

Auto’s met stalen velgen hebben afneembare wieldoppen. Haak het demontagegereedschap in dat geval vast de volledige wieldoppen om ze vervolgens los te trekken. De wieldoppen zijn ook met de hand in één snelle beweging los te trekken.

Schroef het sleepoog tot aan de aanslag in de wielsleutel* vast.

Belangrijk

Het sleepoog dient volledig in de wielsleutel te worden gedraaid.

Verwijder de kunststof boutafdekkingen met het demontagegereedschap.

Draai de wielbouten ½–1 slag linksom los met de wielsleutel.

Waarschuwing

Leg nooit iets tussen de krik en de ondergrond en evenmin tussen de krik en het kriksteunpunt van de auto.

Er zitten twee kriksteunpunten aan weerszijden van de auto. Breng de krik omhoog, zodat de flens in de carrosserie in de groef in de kop van de krik valt.

Belangrijk

De ondergrond dient vast en egaal te zijn en niet te hellen.

Breng de auto zo ver omhoog dat het wiel van de grond komt. Verwijder de wielbouten en til het wiel eraf.

Waarschuwing

Kruip nooit onder de auto als deze op een krik staat.

Laat nooit passagiers in de auto zitten als deze op een krik staat. Bij het verwisselen van een wiel langs de kant van de weg moeten eventuele passagiers op een veilige plek gaan staan.

Let op

De normale krik van de auto is alleen bestemd voor sporadisch en kortstondig gebruik zoals bij het verwisselen van een lekke band, monteren van winterbanden/zomerbanden e.d. Hef de auto alleen met een krik die voor het desbetreffende model bestemd is. Als de auto vaker moet worden opgekrikt of voor langere tijd zoals bij het onderling roteren van de banden wordt het gebruik van een garagekrik geadviseerd. Volg in dat geval de gebruiksaanwijzing van de desbetreffende krik.


Was dit nuttig?