Bediening - overig

Wissers en sproeiers

Bijgewerkt 7/23/2018

De ruitenwisser en -sproeier reinigen de voorruit en achterruit. De koplampen worden met hogedruksproeiers gereinigd.

Ruitenwissers

Voor het vervangen van wisserbladen en de servicestand van de wisserbladen, zie Wisserbladen. Voor het bijvullen van sproeiervloeistof, zie Sproeiervloeistof - bijvullen.

Ruitenwissers en -sproeiers.

Ruitenwissers en -sproeiers.

Regensensor, aan/uit
Duimwiel gevoeligheid regensensor/snelheid ruitenwissers

Ruitenwissers uitgeschakeld

Haal de hendel naar stand 0 om de ruitenwissers uit te schakelen.

Enkele slag

Haal de hendel omhoog en laat deze los om de wissers een enkele slag te laten maken.

Intervalstand

Met het duimwiel kunt u het aantal wisslagen per eenheid van tijd instellen wanneer u de intervalstand hebt geselecteerd.

Ononderbroken wissen

De wissers bewegen op normale snelheid.

De wissers bewegen op hoge snelheid.

Belangrijk

Controleer voordat u de wissers activeert of de wisserbladen niet zijn vastgevroren en of eventuele sneeuw- en ijsresten op voor- en achterruit zijn verwijderd.

Belangrijk

Voordat u de wissers in de winter activeert, moet u controleren of de wisserbladen niet zijn vastgevroren en of evt. sneeuw of ijs op de voorruit (en achterruit) is weggehaald.

Belangrijk

Gebruik voldoende sproeiervloeistof als de wissers de voorruit schoonmaken. De voorruit moet nat zijn als de ruitenwissers werken.

Servicestand wisserbladen

Voor het reinigen van voorruit/wisserbladen en het vervangen van wisserbladen, zie Wasstraat en Wisserbladen.

Regensensor*

Video thumbnail

De regensensor registreert de hoeveelheid regen op de voorruit en schakelt automatisch de ruitenwissers op de voorruit in. De gevoeligheid van de regensensor is in te stellen met het duimwiel.

Wanneer de regensensor actief is, brandt het lampje in de bijbehorende knop en verschijnt het regensensorsymbool op het instrumentenpaneel.

Activeren en gevoeligheid instellen

Om de regensensor te activeren dient de motor te lopen of de transpondersleutel in stand I of II te staan en de ruitenwisserhendel in stand 0 of die voor een enkele wisslag.

Activeer de regensensor door op de regensensorknop te drukken. De ruitenwissers maken een slag.

Als u de hendel omhooghaalt, maken de ruitenwissers een extra slag.

Draai het duimwiel omhoog voor een grotere gevoeligheid en omlaag voor een lagere gevoeligheid. (de wissers maken een extra slag, als u het duimwiel omhoogdraait.)

Deactiveren

Deactiveer de regensensor met een druk op de regensensorknop of haal de hendel omlaag naar een ander wisprogramma.

De regensensor wordt automatisch gedeactiveerd, wanneer u de transpondersleutel uit het contactslot neemt of vijf minuten nadat u de motor hebt afgezet.

Belangrijk

In een automatische wasstraat kunnen de ruitenwissers van de voorruit starten en beschadigd raken. Schakel de regensensor uit terwijl de auto loopt of de transpondersleutel in stand I of II staat. Het symbool op het instrumentenpaneel en het lampje in de knop doven.

Koplamp- en ruitensproeiers

Sproeierfunctie.

Sproeierfunctie.

Ruitensproeiers voorruit

U activeert de sproeiers van de voorruit en de koplampen door de hendel naar het stuurwiel toe te trekken.

Nadat u de hendel hebt losgelaten maken de ruitenwissers op de voorruit nog enkele slagen en worden de koplampen gesproeid.

Verwarmde sproeikoppen*

De sproeikoppen worden bij vorst automatisch verwarmd om te voorkomen dat de ruitensproeiervloeistof bevriest.

Hogedruksproeiers koplampen*

De hogedruksproeiers van de koplampen verbruiken een grote hoeveelheid sproeiervloeistof. Om vloeistof te besparen, worden de koplampen alleen iedere vijfde keer dat u de voorruitsproeiers activeert gesproeid.

Gereduceerde sproeifunctie

Wanneer er nog ca. 1 liter sproeiervloeistof in het reservoir zit en op het instrumentenpaneel de melding verschijnt dat u sproeiervloeistof moet bijvullen, worden de koplampen en de achterruit niet langer schoongesproeid. Dit omdat de sproeifunctie van de voorruit en een goed zicht door de voorruit de voorrang hebben.

Achterruit wissen en sproeien

Ruitenwisser achterklep – intervalstand
Ruitenwisser achterklep – continu wissen

Wanneer u de hendel naar voren haalt (zie pijl op bovenstaande afbeelding), activeert u de ruitenwisser/-sproeier van de achterklep.

Let op

De achterruitwisser is beveiligd tegen oververhitting zodat de wissermotor wordt uitgeschakeld bij oververhitting. De achterruitwisser werkt weer na een periode van afkoelen (30 seconden of langer afhankelijk van de motor- en de omgevingstemperatuur).

Ruitenwisser achterklep, achteruitrijden

Als u de auto in de achteruitversnelling zet terwijl de voorste ruitenwissers actief zijn, zal de intervalstand van de ruitenwisser op de achterklep startenDeze functie (intervalstand tijdens achteruitrijden) kunt u desgewenst uitschakelen. Bezoek een werkplaats – geadviseerd wordt een erkende Volvo-dealer.. Bij het inschakelen van een andere versnelling valt de ruitenwisser op de achterklep stil.

Als de ruitenwisser op de achterklep echter al op continue snelheid werkt, vindt er geen wijziging plaats.

Let op

Op auto's met een regensensor wordt bij achteruitrijden de achterruitwisser geactiveerd, op voorwaarde dat de sensor geactiveerd is en het regent.


Was dit nuttig?