Bediening

Bedieningspaneel verlichting

Bijgewerkt 7/23/2018

Met het bedieningspaneel voor de verlichting kunt u de buitenverlichting inschakelen en aanpassen. U kunt het ook gebruiken om de display-, instrumenten- en interieurverlichting aan te passen.

Overzicht bedieningspaneel verlichting

Overzicht bedieningspaneel verlichting.

Overzicht bedieningspaneel verlichting.

Duimwiel voor het afstellen van de display- en instrumentenpaneelverlichting alsook de sfeerverlichting*
Knop voor mistachterlicht
Draaiknop voor koplampen en stadslichten vóór/achterlichten
Duimwiel

Niet aanwezig bij auto’s met actieve xenonkoplampen*.

voor koplamphoogteregeling

Standen draaiknop

Let op

Dezelfde lampen worden gebruikt voor de dagrijlichten en stadslichten/parkeerlichten vóór. De lichtsterkte is groter, wanneer de lampen worden gebruikt voor de dagrijlichten.

Stand

Betekenis

DagrijlichtAangebracht in of onder de voorbumper. wanneer het elektrische systeem van de auto in sleutelstand II staat of als de motor warm is.

Grootlichtsignalering mogelijk.

Dagrijlicht, sidemarkers voor en achterlichten/parkeerlichten/sidemarkers achter, wanneer het elektrische systeem van de auto in sleutelstand II staat of als de motor warm is.

Automatisch overschakelen naar stadslichten/parkeerlichten/sidemarkers bij het parkeren van de auto.

Grootlichtsignalering mogelijk.

Dagrijlicht, sidemarkers voor en achterlichten/parkeerlichten/sidemarkers achter overdag, wanneer het elektrische systeem van de auto in sleutelstand II staat of als de motor warm is.

Automatisch overschakelen op dimlicht en stadslichten/parkeerlichten/sidemarkers in slechte lichtomstandigheden of als de ruitenwissers of het mistachterlicht zijn geactiveerd.

De functie Tunneldetectie* is geactiveerd.

De functie Actief groot licht* is te gebruiken.

U kunt het groot licht inschakelen, wanneer u het dimlicht voert.

Grootlichtsignalering mogelijk.

Dimlicht en stadslichten/parkeerlichten/sidemarkers.

Groot licht kan worden geactiveerd.

Grootlichtsignalering mogelijk.

Volvo adviseert u de stand te gebruiken zolang de verkeerssituatie of de weersgesteldheid niet ongunstig is voor Actief groot licht*.

Instrumentenverlichting

Afhankelijk van de sleutelstand worden bepaalde displays en instrumenten verlicht, zie Sleutelstanden - functies in verschillende standen.

De displayverlichting wordt bij donker automatisch gedimd. De gevoeligheidsgraad van deze functie is in te stellen met het duimwiel.

Ook de sterkte waarmee het instrumentenpaneel verlicht wordt stelt u in met het duimwiel.

Video thumbnail

Koplamphoogteregeling

Door de belading van de auto wordt de hoogte van de koplampen gewijzigd, zodat u tegemoetkomend verkeer mogelijk verblindt. U kunt dat voorkomen door de koplamphoogte bij te stellen. Stel de koplampen lager af als de auto zwaar beladen is.

Laat de motor draaien of zet het elektrische systeem van de auto in de sleutelstand I.

Draai het duimwiel omhoog of omlaag om de koplampen hoger of lager af te stellen.

Duimwielstanden bij uiteenlopende belading.

Duimwielstanden bij uiteenlopende belading.

Alleen bestuurder
Bestuurder en voorpassagier
Inzittenden op alle zitplaatsen
Inzittenden op alle zitplaatsen en maximale belading in bagageruimte
Bestuurder plus maximale belading in bagageruimte

Auto’s met actieve xenonkoplampen* zijn uitgerust met automatische koplamphoogteregeling, zodat het duimwiel ontbreekt.


Was dit nuttig?