Starten en rijden

Contactslotstanden

Bijgewerkt 7/23/2018

Het elektrische systeem van de auto is in verschillende standen te zetten voor gebruik van verschillende autosystemen.

Om een beperkt aantal systemen te kunnen gebruiken bij een uitgeschakelde motor is het elektrische systeem van de auto in drie verschillende standen te zetten: 0, I en II. In de gebruikershandleiding worden deze standen overal aangeduid als "contactslotstanden".

De volgende tabel geeft aan welke functies beschikbaar zijn in de verschillende contactslotstanden/standen:

Niveau

Functies

0

  • Kilometerteller, klok en temperatuurmeter worden verlicht.
  • Elektrisch bedienbare stoelen zijn te verstellen.
  • Elektrisch bedienbare ruiten zijn te gebruiken.
  • Middendisplay wordt ingeschakeld en is te gebruiken.
  • Het audiosysteem is in te schakelen.

De functies zijn in deze contactslotstand tijdsgestuurd en worden na een poosje automatisch uitgeschakeld.

I

    • Panoramadak, elektrisch bedienbare ruiten, 12V-aansluitingen in passagiersruimte, navigatie, telefoon, interieurventilator en ruitenwissers zijn te gebruiken.
    • Elektrisch bedienbare stoelen zijn te verstellen.
    • 12V-aansluiting in bagageruimte is te gebruiken.
    • Het audiosysteem wordt automatisch ingeschakeld, als het bij het verlaten van de auto aanstond.

    In deze contactslotstand is het stroomverbruik belastend voor de startaccu.

    II

    • De koplampen worden ontstoken.
    • Waarschuwings-/controlelampjes branden 5 seconden lang.
    • Meerdere andere systemen worden geactiveerd. De stoelverwarming en achterruitverwarming kunnen echter pas na het starten van de motor worden geactiveerd.

    Deze contactslotstand vraag veel stroom van de startaccu en moet daarom worden vermeden!

    Contactslotstand kiezen

    De startknop op de tunnelconsole.

    De startknop op de tunnelconsole.

    • Contactslotstand 0 - Vergrendel de auto en bewaar de transpondersleutel binnen in de auto.

    Let op

    Om stand I of II te realiseren zonder de motor te starten, moet u bij het selecteren van deze contactslotstanden het rempedaal niet bedienen.

    • Contactslotstand I - Draai de startknop naar stand START en laat de knop weer los. De knop veert automatisch terug naar de uitgangspositie.
    • Contactslotstand II - Draai de startknop naar stand START en houd de knop zo'n 4 seconden in stand START. Laat vervolgens knop los, die automatisch terugveert naar de uitgangspositie.
    • Terug naar contactslotstand 0 - Om terug te gaan naar contactslotstand 0 vanuit stand I en II moet u de startknop naar stand STOP draaien en de knop loslaten. De knop veert automatisch terug naar de uitgangspositie.

    Was dit nuttig?