Noodreparatieset banden

Noodreparatieset voor banden gebruiken

Bijgewerkt 7/23/2018

Dicht een lek met de noodreparatieset voor banden, Temporary Mobility Kit (TMK).

Overzicht

Voedingskabel
Luchtslang
Drukreduceerventiel
Beschermdop
Bushouder (oranje deksel)
Manometer
Sticker, toelaatbare maximumsnelheid
Bus met afdichtmiddel
Knop

Aansluiten

Plaats een gevarendriehoek en schakel de alarmlichten in, als u een lekke band moet afdichten langs een drukke weg.

Laat een eventuele spijker of iets dergelijks in de lekke band zitten. Het lek is zo beter af te dichten.

Verwijder de sticker met de toelaatbare maximumsnelheid (die aan de ene kant van de compressor zit) en bevestig deze op het stuurwiel. Rijd na gebruik van de noodreparatieset voor banden nooit sneller dan 80 km/h(50 mph).

Controleer of de knop in stand 0 staat en neem de voedingskabel en de luchtslang erbij.

Schroef het oranje deksel van de compressor los en draai de drop van de bus.

Let op

Voor het gebruik de verzegeling van de bus niet verbreken. Bij het indraaien van de bus wordt de verzegeling automatisch verbroken.

Schroef de bus tot aan de aanslag in de bushouder vast.

De bus en de bushouder zijn voorzien van een terugdraaiblokkering om te voorkomen dat er afdichtmiddel weglekt. U kunt een vastgeschroefde bus niet meer uit de bushouder losdraaien. De bus is alleen in een werkplaats te verwijderen; geadviseerd wordt een erkende Volvo-werkplaats.

Waarschuwing

Het afdichtmiddel kan de huid irriteren. Bij huidcontact het middel direct met zeep en water afspoelen.

Waarschuwing

Draai de bus niet los, aangezien deze een blokkering heeft om lekkage te voorkomen.

Draai het ventieldopje van de band los.

Controleer of het drukreduceerventiel van de luchtslang volledig vastgeschroefd is en schroef de ventielaansluiting tot aan de aanslag vast over de draadwindingen van het bandventiel.

Sluit de voedingskabel aan op de dichtstbijzijnde 12V-aansluiting en start de auto.

Let op

Zorg er bij een actieve compressor voor dat geen van de overige 12V-aansluitingen in gebruik is.

Waarschuwing

Laat kinderen niet zonder toezicht in de auto achter als de motor draait.

Schakel de compressor in door de knop in stand I te zetten.

Waarschuwing

Ga nooit naast de band staan terwijl de compressor aan het pompen is. Bij barsten, oneffenheden en dergelijke dient u de compressor onmiddellijk uit te schakelen. Beëindig in dat geval de rit. Het wordt dan geadviseerd een erkende bandenwerkplaats te bezoeken.

Let op

Als de compressor start, kan de druk tot 6 bar toenemen. De druk daalt echter na ca. 30 seconden.

Vul de band 7 minuten lang met afdichtmiddel.

Belangrijk

Kans op oververhitting. De compressor mag niet langer dan 10 minuten werken.

Schakel de compressor uit om de bandenspanning van de manometer af te lezen. De bandenspanning moet minimaal 1,8 bar en maximaal 3,5 bar bedragen. (Laat eventueel lucht ontsnappen via het drukreduceerventiel, als de bandenspanning te hoog is.)

Waarschuwing

Als de bandenspanning lager is dan 1,8 bar, is het gat in de band te groot. Beëindig in dat geval de rit. Het wordt dan geadviseerd een erkende bandenwerkplaats te bezoeken.

Schakel de compressor uit en koppel de voedingskabel los.

Schroef de luchtslang los van het bandventiel en plaats het ventieldopje terug op de band.

Plaats de beschermdop op de luchtslang om te voorkomen dat restanten afdichtmiddel weglekken.

Leg zo spoedig mogelijk na de reparatie minstens 3 km af bij een snelheid van maximaal 80 km/h(50 mph), zodat het afdichtmiddel de band kan afdichten.

Let op

Tijdens de eerste slagen die de band ronddraait spuit er afdichtvloeistof uit het gat.

Waarschuwing

Houd bij het wegrijden omstanders uit de buurt van de auto om te voorkomen dat ze afdichtmiddel op zich krijgen. De afstand moet minimaal twee meter zijn.

Controle achteraf

Sluit de luchtslang aan op het bandventiel en schroef de ventielaansluiting tot aan de aanslag vast over de draadwindingen van het bandventiel. De compressor moet zijn uitgeschakeld.

Lees de bandenspanning van de manometer af.

  • Bij een spanning lager dan 1,3 bar is de band niet goed afgedicht. Beëindig in dat geval de rit. Neem contact op met een bandenwerkplaats.
  • Bij een bandenspanning hoger dan 1,3 bar moet u de band oppompen tot de spanning die staat aangegeven op de bandenspanningssticker aan de binnenkant van de portierstijl aan bestuurderszijde (1 bar = 100 kPa). Laat bij een te hoge bandenspanning lucht uit de band ontsnappen.

Als de band moet worden opgepompt:

  1. Sluit de voedingskabel aan op de dichtstbijzijnde 12V-aansluiting en start de auto.
  2. Schakel de compressor in en pomp de band op tot de spanning de bandenspanningssticker.
  3. Schakel de compressor uit.

Koppel de noodreparatieset voor banden los, plaats de beschermdop op de luchtslang, vouw de luchtslang op en plaats deze in de daarvoor bestemde uitsparing.

Leg de noodreparatieset voor banden (TMK) in de bagageruimte.

Waarschuwing

Draai de bus niet los, aangezien deze een blokkering heeft om lekkage te voorkomen.

Plaats het ventieldopje terug op de band.

Let op

  • Plaats na het oppompen van een band altijd het ventieldopje terug om schade aan het ventiel door grind, vuil e.d. te voorkomen.
  • Gebruik alleen kunststof dopjes. Metalen ventieldopjes kunnen roesten en zijn moeilijk los te draaien.

Let op

Vervang de bus met afdichtmiddel en de slang na gebruik. Volvo adviseert u het vervangen over te laten aan een erkende Volvo-werkplaats.

Waarschuwing

Controleer de bandenspanning regelmatig.

Volvo adviseert u de auto naar de dichtstbijzijnde erkende Volvo-werkplaats te rijden om de beschadigde band te laten vervangen/repareren. Geef aan het werkplaatspersoneel door dat er afdichtmiddel in de band zit.

Waarschuwing

Rijd na het gebruik van de noodreparatieset voor banden niet sneller dan 80 km/h(50 mph). Volvo adviseert een bezoek aan een erkende Volvo-werkplaats voor een inspectie van de gerepareerde band (maximaal 200 km rijden). Het personeel kan bepalen of de band te repareren is of moet worden vervangen.


Was dit nuttig?