Beperkingen van de radarsensor

De radarsensor kent een aantal beperkingen, die ook beperkingen met zich meebrengen voor de functies die gebruik maken van de eenheid.

Geblokkeerde eenheid

P5-1507-CitySafety Vindrutans kamera
Houd het gemarkeerde gebied vrij van stickers, voorwerpen, zonnefilm et cetera1.

De radarsensor zit aan de binnenkant op het bovenste deel van de voorruit, samen met de camera van de auto.

 Belangrijk

Plaats, plak of monteer niets aan de buiten- of binnenkant van de voorruit, vóór of rond de camera- en radareenheid - dat kan de op de camera en radar gebaseerde functies verstoren.

Dit kan er tevens toe leiden dat functies worden gereduceerd, volledig worden uitgeschakeld of niet goed reageren.

P5-1507-TabellSymbol "Se i-bok" 10x10

Als op het bestuurdersdisplay dit symbool en de melding Voorruitsensor Sensor afgedekt, zie handleiding verschijnen, betekent dit dat de gecombineerde camera en radarsensor geen voorliggers kan ontdekken.

In de volgende tabel staan voorbeelden van mogelijke oorzaken van het verschijnen van de melding en passende maatregelen:

OorzaakMaatregel
Het voorruitoppervlak vóór de gecombineerde camera en radarsensor is vuil of bedekt met sneeuw of ijs.Ontdoe het voorruitoppervlak vóór de gecombineerde camera en radarsensor van vuil, sneeuw en ijs.
Dichte mist en zware regen- of sneeuwval blokkeren de radarsignalen of het zicht van de camera.Valt niets aan te doen. Bij hevige neerslag werkt de eenheid soms niet.
De radarsignalen of het zicht van de camera worden gehinderd door opspattend water en opdwarrelende sneeuw van het wegdek.Valt niets aan te doen. Op weggedeelten met een dikke laag water of sneeuw werkt de eenheid soms niet.
Er is vuil tussen de binnenkant van de voorruit en de gecombineerde camera en radarsensor gekomen.Bezoek een werkplaats om de binnenkant van de voorruit achter de behuizing van de eenheid te laten reinigen. Geadviseerd wordt een erkende Volvo-werkplaats.

 N.b.

Houd het voorruitoppervlak vóór de camera- en radareenheid schoon.

Rijsnelheid

De radarsensor heeft veel meer moeite om een voorligger te ontdekken als:
  • de snelheid van de voorligger veel afwijkt van die van uw eigen auto

Beperkt blikveld

De radarsensor heeft een beperkt blikveld. In bepaalde gevallen wordt een voorligger niet ontdekt of later dan verwacht.

P5-1507-ACC Radarsensor reducerad-2
Het blikveld van de radarsensor.
  1. P5-Icon red circle 1Soms kan de radarsensor een voorligger op korte afstand pas laat registreren, bijvoorbeeld als een inhalend voertuig invoegt tussen u en uw voorligger.
  2. P5-Icon red circle 2Ook kleine voertuigen, zoals motorfietsen of voertuigen die niet in het midden van de rijstrook rijden, kunnen onopgemerkt blijven.
  3. P5-Icon red circle 3In bochten kan de radarsensor op het verkeerde voertuig reageren of een eerder opgemerkt voertuig uit het zicht verliezen.

Lage aanhangers

P5-1507-ACC-Radarbegränsning Låga släp
Lage aanhanger in radarschaduw.

Ook lage aanhangers ontdekt de radarsensor soms alleen met grote moeite of helemaal niet - u moet daarom extra voorzichtig zijn als er een lage aanhanger achter de voorligger hangt en de adaptieve cruisecontrol of Pilot Assist actief is.

Hoge temperaturen

Bij zeer hoge temperaturen in het interieur zal de gecombineerde camera en radarsensor na het starten van de motor mogelijk tijdelijk worden uitgeschakeld gedurende zo'n 15 minuten om de elektronica te beschermen. Als de temperatuur voldoende gedaald is, wordt de gecombineerde camera en radarsensor automatisch weer opgestart.

Beschadigde voorruit

 Belangrijk

Als het voorruitoppervlak vóór een van beide "ogen" van de gecombineerde camera en radarsensor barsten, krassen of steenslagschade vertoont van ca. 0,5 × 3,0 mm (of groter), neem dan contact op met een werkplaats om de voorruit te laten vervangen. Geadviseerd wordt een erkende Volvo-werkplaats.

Als u niets doet, presteren de rijhulpsystemen die gebruik maken van de gecombineerde camera en radarsensor mogelijk minder goed.

Dit kan er tevens toe leiden dat functies worden gereduceerd, volledig worden uitgeschakeld of niet goed reageren.

Om te voorkomen dat de rijhulpsystemen die van de radarsensor gebruik maken, helemaal niet, onjuist of in beperkte mate werken, geldt tevens het volgende:
  • Volvo adviseert u scheurtjes, krassen of sterren in het gebied vóór de gecombineerde camera en radarsensor niet te repareren, maar de complete voorruit te vervangen.
  • Neem alvorens de voorruit te laten vervangen contact op met een erkende Volvo-werkplaats om te controleren of de juiste voorruit wordt besteld en gemonteerd.
  • Monteer bij vervanging van de ruitenwissers hetzelfde type of een ander type, door Volvo goedgekeurde ruitenwissers.

 Belangrijk

Bij het vervangen van de voorruit moet de camera- en radareenheid in de werkplaats opnieuw worden gekalibreerd om de werking van alle op de camera en radar gebaseerde systemen van de auto te garanderen. Geadviseerd wordt een erkende Volvo-werkplaats.

Onderhoud

De gecombineerde radarsensor en camera werkt alleen naar behoren wanneer u vuil, ijs en sneeuw van de voorruit ervoor verwijdert en u dit deel regelmatig reinigt met water en autoshampoo.

 N.b.

Als vuil, ijs en sneeuw de camera- en radareenheid bedekken, neemt de functie af en kan meten onmogelijk worden gemaakt.

Dit kan er tevens toe leiden dat functies worden gereduceerd, volledig worden uitgeschakeld of niet goed reageren.

  1. 1 NB De afbeelding is schematisch – afhankelijk van het model zijn afwijkingen mogelijk.