De blaasmonden afstellen
Je kunt de blaasmonden voorin en achterin instellen.
Je kunt de blaasmonden aan de voorzijde instellen via het middendisplay. Je kunt ze handmatig verstellen of een blaasmondmodus selecteren met een vooraf ingestelde luchtstroomrichting.
De blaasmonden achterin worden handmatig geregeld met de fysieke blaasmonden.
![]() | Handmatige blaasmondmodus | Je kunt de luchtstroom handmatig in elke gewenste richting verplaatsen. Druk op de blaasmond die je wilt openen of sluiten. |
![]() | Gerichte blaasmondmodus | De luchtstroom wordt naar het lichaam gericht. |
![]() | Weggerichte blaasmondmodus | De luchtstroom wordt van het lichaam weggeleid. |
![]() | Automatische blaasmondmodus | Het klimaatsysteem regelt automatisch de richting van de luchtstroom. |
Handmatig instellen van de blaasmonden voorin
- Druk op het ventilatorsymbool
in de onderste balk. - Als het systeem in de handmatige klimaatmodus staat, moet je er ook voor zorgen dat het symbool
voor de blaasmonden in het bovenste deel van het interieur is geselecteerd. 
Om de richting van de luchtstroom handmatig te wijzigen via de middendisplay, moet je de blaasmond bewegen in de richting waarin je de lucht wilt laten stromen. Je kunt een blaasmond openen of sluiten door erop te drukken.
Tip
Je kunt ook instellen waar de lucht vandaan moet komen door de symbolen voor de luchtverdeling te selecteren. Dit zijn onder andere de symbolen
voor de blaasmonden onderaan,
voor de blaasmonden in het bovenste deel van het interieur, en
voor de voorruitontwaseming.Als het systeem in de automatische klimaatmodus staat, wordt de klimaatregeling op handmatig gezet zodra je een van de symbolen voor de luchtverdeling selecteert.
De blaasmondmodus wijzigen
- Selecteer een blaasmondmodus om de luchtstroomrichting te wijzigen.De luchtstroomrichting wordt aangepast.
De blaasmonden achterin afstellen
- Stel de blaasmonden aan de achterzijde af met de fysieke knoppen om de luchtstroom te verplaatsen.



