Ondersteuning op maatKrijg relevante informatie over uw specifieke auto.

Een volledig elektrische auto opladen

Laad je auto via een laadpunt thuis op of bij een openbaar laadstation.

N.b.

Voor meer informatie op maat over je auto klik je bovenaan de pagina op Sign in.

Uw auto opladen

AC-laden starten

Belangrijk

Sluit de laadkabel niet aan als er kans is op onweer of blikseminslagen.

Zorg ervoor dat de auto in de parkeerstand (P) staat.

  1. Sluit de laadkabel aan op de laadbron. Sommige stations beschikken over een permanent bevestigde laadkabel die u op uw auto aansluit.
  2. Open de laadklep door deze aan de achterkant licht in te drukken.
  3. Verwijder eventuele beschermkapjes van de laadpoort en kabelconnector.
  4. Sluit de kabel aan op de laadaansluiting.
    Zodra de kabel volledig is ingestoken, wordt deze automatisch vergrendeld. Het laden begint binnen enkele seconden en zodra het is begonnen, pulseert het lampje van de laadpoort groen.

AC-laden stoppen

Je kunt het opladen op elk moment beëindigen.

Belangrijk

Beëindig altijd eerst de laadsessie voordat u probeert de laadkabel uit de auto te halen. Als u dat niet doet, kunt u schade veroorzaken aan de kabel of het systeem.
  1. Beëindig de laadcyclus door te drukken op de ontgrendelknop naast de laadaansluiting of via het middendisplay.

    Het laden stopt en de laadkabel wordt ontgrendeld van de laadaansluiting.

  2. Haal de laadkabel uit de auto.
  3. Bevestig eventuele beschermkapjes weer op de oplaadpoort en kabelconnector.
  4. Afhankelijk van de gebruikte kabel:

    • Haal de laadkabel uit het laadstation.
    • Plaats de laadkabel terug op de bewaaraansluiting van het laadstation.
  5. Sluit de laadklep.

Snelladen

Tip

Met preconditioning van de accu laadt je auto sneller op. Hierdoor kan de accu opwarmen of afkoelen tot de optimale laadtemperatuur. De preconditioning wordt automatisch geactiveerd wanneer je een snellaadstation als bestemming instelt in de navigatie-app.

Snelladen starten

Zet de auto in de parkeerstand (P) en lees de instructies bij het laadstation voordat je begint met snelladen.

  1. Open de laadklep door deze aan de achterkant licht in te drukken.
  2. Verwijder eventuele kapjes van de laadpoort en kabelconnector.
  3. Gebruik beide handen om de kabelconnector helemaal in de laadpoort te duwen. Druk de kabel altijd enkele seconden omhoog nadat u deze in de aansluiting hebt gesloten, zodat de kabel goed is aangesloten en wordt vergrendeld.
    De laadkabel wordt na een paar seconden automatisch vergrendeld.
  4. Volg de instructies op het laadstation om toestemming te geven voor het laden.

    Het laden begint pas nadat het laadstation een isolatietest heeft uitgevoerd. De test kan ongeveer een minuut duren.

    Wanneer het laden is gestart, gaat het lampje van de laadaansluiting groen knipperen.

    Het display geeft de geschatte resterende laadtijd weer of geeft aan wanneer het opladen niet goed verloopt.

Snelladen onderbroken

Als het snelladen wordt onderbroken, moet er voordat het laden wordt hervat eerst via de gebruikersinterface van het laadstation opnieuw toestemming worden gegeven voor laden.

  1. Haal de laadkabel uit de auto.
  2. Sluit de laadkabel opnieuw aan.
  3. Volg de instructies in de gebruikersinterface van het laadstation.

Snelladen beëindigen

Belangrijk

Beëindig altijd eerst de laadsessie voordat u probeert de laadkabel uit de auto te halen. Als u dat niet doet, kunt u schade veroorzaken aan de kabel of het systeem.
  1. Stop het laadproces door op de knop naast de oplaadaansluiting te drukken, via het middendisplay of via het laadstation.

    Het laden stopt en de laadkabelstekker wordt ontgrendeld van de laadaansluiting.

  2. Koppel de laadkabel los van de auto.
  3. Plaats de beschermkap terug op de kabelconnector.
  4. Plaats de beschermkap terug op de laadpoort en sluit de laadklep.

Problemen met het losgaan van de laadkabelstekker

Als u de laadkabel niet verwijdert nadat het laden is beëindigd, dan wordt de kabel automatisch weer vergrendeld. Als dat gebeurt, probeer het nog een keer; als de laadkabelstekker nog steeds niet wordt ontgrendeld, probeer het volgende:

  1. Controleer of de sleutel binnen bereik is en of de auto ontgrendeld is.
  2. Onderbreek de stroomvoorziening voor de laadpaal op een veilige manier. Als u de auto bij een openbare laadpaal of laadstation oplaadt, neem contact op met de klantenservice van de laadpaal of het laadstation en vraag hen om ondersteuning.
  3. Beweeg de laadkabelstekker voorzichtig heen en weer.
  4. Vergrendel en ontgrendel de auto.
  5. Vergrendel de auto en wacht totdat het lampje van de laadaansluiting uitgaat. Dit kan maximaal 7 minuten duren. Ontgrendel daarna de auto en probeer het opnieuw.

Neem contact op met een erkende Volvo-werkplaats als het probleem aanhoudt.

De noodhandgreep van de laadkabel gebruiken

Waarschuwing

Controleer op het bestuurdersdisplay of op de laadaansluiting of het laadproces is voltooid voordat je de noodontgrendelhendel gebruikt. De noodhandgreep mag niet tijdens het laden worden gebruikt.

Als de laadkabel niet wordt ontgrendeld nadat het laden is voltooid en de auto is voorzien van een noodhandgreep, dan kunt u deze noodhandgreep gebruiken om de laadkabelstekker te ontgrendelen.

  1. Open de achterklep.
  2. De noodontgrendelingshendel bevindt zich aan de linkerkant van de kofferbak.

  3. Trek voorzichtig aan de noodhandgreep totdat u weerstand voelt.
    De laadkabelstekker wordt ontgrendeld van de laadaansluiting.

    N.b.

    De noodhandgeep laat automatisch los zodra de volgende laadcyclus wordt gestart.
  4. Wacht ongeveer 5 seconden voordat je de laadkabel van de auto loskoppelt.
  5. Sluit de laadvloer en de bagageruimte.

Led-indicaties bij de oplaadaansluiting

De led-indicaties bij de oplaadaansluiting kunnen per auto verschillen. Selecteer het model en bouwjaar van je auto voor meer gedetailleerde informatie.


Heeft dit geholpen?