Verwarming op brandstof

De auto is uitgerust met een verwarming op stroom en op brandstof.

Bij koud weer slaat tijdens de voorverwarming mogelijk de verwarming op brandstof aan. De verwarming slaat automatisch aan, wanneer er extra verwarming nodig is en wordt automatisch uitgeschakeld als de verwarming niet nodig is.

 N.b.

Bij gebruik van de verwarming op brandstof komen er mogelijk uitlaatgassen vrij uit de rechter wielkast, wat volkomen normaal is.

Activeer Binn. parkeren, zie Preconditioning - binnen parkeren, wanneer u wilt voorkomen dat de verwarming op brandstof wordt ingeschakeld tijdens de preconditioning. Dit kan echter een langere voorverwarmingstijd inhouden.

Bij een buitentemperatuur hoger dan 15 °C wordt de verwarming op brandstof niet geactiveerd tijdens het rijden of tijdens de preconditioning. Bij temperaturen van –5 °C of lager is de maximale bedrijfstijd van de verwarming tijdens preconditioning 50 minuten.

Bij een te laag brandstofpeil in de tank wordt inschakeling van de verwarming op brandstof wellicht geblokkeerd met onvoldoende verwarming als mogelijk gevolg.

 N.b.

Let op dat er bij rijden bij temperaturen lager dan +15 °C voldoende brandstof in de gewone brandstoftank van de auto zit.

 Waarschuwing

Gebruik de verwarming op brandstof niet in binnen in ongeventileerde ruimten. Er komen uitlaatgassen vrij.

Tanken

P3-1246-sv60/V60H Tanklucka Varning + Lockparkering
Waarschuwingssticker op tankvulklep.

 Waarschuwing

Gemorste brandstof kan vlam vatten. Schakel voordat u gaat tanken de verwarming op brandstof uit.

Controleer op het instrumentenpaneel of de verwarming is uitgeschakeld; wanneer deze werkt, verschijnt het verwarmingssymbool.

Op een helling parkeren

Wanneer u de auto op een steile helling parkeert, moet u ervoor zorgen dat de voorkant van de auto omlaagwijst. Zo krijgt de verwarming op brandstof altijd voldoende brandstof.

Startaccu en brandstof

Als de startaccu onvoldoende opgeladen is of als het brandstofpeil te laag is, wordt de verwarming automatisch uitgeschakeld en verschijnt er een melding op het instrumentenpaneel. Bevestig deze melding door op de OK-knop op de richtingaanwijzerhendel te drukken.