Parkeerhulpcamera

De parkeercamera is een ondersteunend systeem en wordt geactiveerd bij inschakeling van de achteruitversnelling.

De cameraweergave verschijnt op het display van de middenconsole.

 N.b.

Als er een trekhaak met het elektrische systeem van de auto is geconfigureerd, wordt de uitsteeklengte van de trekhaak bij het meten van de parkeerruimte meegerekend.

 Waarschuwing

  • De parkeercamera is een hulpmiddel en kan nooit in de plaats komen van de verantwoordelijkheid van de bestuurder bij het achteruitrijden.
  • Wanneer er obstakels in de dode hoeken van de camera zitten, zal het systeem ze niet kunnen ontdekken.
  • Houd mensen en dieren in de buurt van de auto daarom in de gaten.

Functie en bediening

P4-1220-Parkeringskamera
Camerapositie bij de openingshandgreep.

De camera toont wat er achter de auto is en of er iets of iemand van de zijkanten opduikt.

De camera beslaat een breed gebied achter de auto alsook een deel van de bumper en een eventuele trekhaak.

Voorwerpen op het display lijken mogelijk over te hellen – dit is volkomen normaal.

 N.b.

Voorwerpen op het beeldscherm kunnen dichter bij de auto zijn dan dat ze op het scherm lijken te zijn.

Als een andere schermweergave actief is, neemt de parkeercamerafunctie het scherm automatisch over om de camerabeelden te tonen.

Bij het inschakelen van de achteruitversnelling wordt met behulp van ononderbroken lijnen grafisch aangegeven waar de achterwielen van de auto uitkomen bij de actuele stuuruitslag – dit vereenvoudigt het achteruit inparkeren, achteruitrijden in krappe ruimten en aankoppelen van aanhangers. De contouren van de auto worden bij benadering getoond met streepjeslijnen. De hulplijnen zijn te deactiveren - zie hoofdstuk Instellingen .

Als de auto tevens uitgerust is met Parkeerhulpsensoren , illustreren gekleurde velden op grafische wijze de afstand tot geregistreerde obstakels, zie het kopje ‘Auto’s met parkeerhulpsensoren achter’ verderop.

De camera wordt ca. 5 seconden na uitschakeling van de achteruitversnelling gedeactiveerd, of eerder als de rijsnelheid oploopt tot boven 10 km/h vooruit of 35 km/h achteruit.

Lichtomstandigheden

De cameraweergave wordt automatisch aangepast aan de heersende lichtomstandigheden. Dit kan ertoe leiden dat de beeldweergave ietwat kan variëren wat lichtsterkte en kwaliteit betreft. Slechte lichtomstandigheden leveren mogelijk een iets slechtere beeldkwaliteit op.

 N.b.

Houd voor optimale werking de cameralens vrij van vuil, sneeuw en ijs. Dit is vooral van belang in slechte lichtomstandigheden.

Hulplijnen

P4-1220 PAC Bending lines
Voorbeeld van hoe hulplijnen voor de bestuurder getoond worden.

De lijnen op het scherm worden geprojecteerd als stonden ze op de grond achter de auto. De lijnen zijn bovendien afhankelijk van de stuuruitslag, zodat u ook tijdens het draaien kunt zien welke baan de auto zal nemen.

 N.b.

  • Bij het achteruitrijden met een aanhanger/caravan geven de lijnen op het scherm de baan van de auto aan – niet die van de aanhanger/caravan.
  • Er verschijnen geen lijnen op het scherm, wanneer er een aanhanger/caravan is aangesloten op het elektrische systeem van de auto.
  • De Park Assist-camera wordt automatisch uitgeschakeld, wanneer u een aanhanger/caravan achter de auto hebt hangen die met originele trekhaakbedrading van Volvo aangesloten is.

 Belangrijk

Let op: het schermbeeld toont alleen het gebied achter de auto - let dus op de zijkanten en voorkant van de auto als u bij achteruitrijden aan het stuurwiel draait.

Grenslijnen

P4-1220-Parkeringskamerans linjer
De verschillende lijnen van het systeem.
Ikon röd cirkel 1Grenslijn vrije achteruitrijzone
Ikon röd cirkel 2‘Wielsporen’

De onderbroken lijn (1) grenst een zone af die tot ca. 1,5 m achter de achterbumper strekt. Het vormt tegelijkertijd de grens voor de uitstekende delen van de auto, zoals buitenspiegels en hoeken – ook tijdens het maken van een bocht.

De brede ‘wielsporen’ (2) tussen de zijlijnen geven aan waar de wielen zich zullen bevinden en kunnen tot ca. 3,2 m achter de achterbumper reiken zolang er geen obstakel in de weg staat.

Auto’s met parkeerhulpsensoren achter*

P4-1246 PAC with PAS-fields
De afstand wordt aangegeven met gekleurde velden (4 stuks, voor elke sensor één).

Als de auto tevens uitgerust is met Parkeerhulp wordt voor iedere sensor die een obstakel waarneemt de afstand met gekleurde velden weergegeven.

De kleur van de velden verandert naarmate de afstand tot het obstakel afneemt – van lichtgeel via oranje in rood.

KleurAfstand (meter)
Lichtgeel0,7–1,5
Oranje0,5–0,7
Oranje0,3–0,5
Rood0–0,3
  1. * Optie/accessoire.