Parkeerhulp

Park Assist-camera

Bijgewerkt 7/23/2018

De Park Assist-camera is een hulpsysteem dat automatisch geactiveerd wordt bij het inschakelen van de achteruitversnelling (de functie is te wijzigen in het instellingenmenu).

De camerabeelden verschijnen op het beeldscherm van de middenconsole.

Let op

Als er een trekhaak met het elektrische systeem van de auto is geconfigureerd, wordt de uitsteeklengte van de trekhaak bij het meten van de parkeerruimte meegerekend.

Waarschuwing

  • De parkeercamera is alleen bedoeld als hulpmiddel en zodat de bestuurder eindverantwoordelijk blijft tijdens het achteruitrijden.
  • De camera kent dode hoeken waarin registratie van obstakels niet mogelijk is.
  • Houd mensen en dieren in de buurt van de auto in de gaten.

Functie en bediening

Positie CAM-knop.

Positie CAM-knop.

De camera toont wat er achter de auto is en of er iets of iemand van de zijkanten opduikt.

De camera beslaat een breed gebied achter de auto alsook een deel van de bumper en een eventuele trekhaak.

Voorwerpen op het beeldschermen lijken mogelijk over te hellen – dit is volkomen normaal.

Let op

Voorwerpen op het beeldscherm kunnen dichterbij zijn dan ze lijken.

Als een andere schermweergave actief is, neemt de parkeercamera het scherm automatisch over om de camerabeelden te tonen.

Bij het inschakelen van de achteruitversnelling wordt met behulp van ononderbroken lijnen grafisch aangegeven waar de achterwielen van de auto uitkomen bij de actuele stuuruitslag – dit vereenvoudigt het achteruit inparkeren, achteruitrijden in krappe ruimten en aankoppelen van aanhangers. Ook de buitenmaten van de auto worden globaal getoond met twee streepjeslijnen. De hulplijnen kunnen in het instellingenmenu worden gedeactiveerd.

Als de auto tevens uitgerust is met Park Assist-sensoren*, illustreren gekleurde velden op grafische wijze de afstand tot geregistreerde obstakels, zie het kopje “Auto’s met Park Assist-sensoren achter” verderop.

De camera wordt ca. 5 seconden na uitschakeling van de achteruitversnelling gedeactiveerd, of eerder als de rijsnelheid oploopt tot boven 10 km/h vooruit of 35 km/h achteruit.

Camerapositie bij de openingshandgreep.

Camerapositie bij de openingshandgreep.

Lichtomstandigheden

De camerabeelden worden automatisch aangepast aan de heersende lichtomstandigheden. Dit kan ertoe leiden dat de beeldweergave ietwat kan variëren wat lichtsterkte en kwaliteit betreft. Slechte lichtomstandigheden leveren mogelijk een iets slechtere beeldkwaliteit op.

Let op

Houd voor optimale werking de cameralens vrij van vuil, sneeuw en ijs. Dit is vooral van belang in slechte lichtomstandigheden.

Hulplijnen

Voorbeeld van hoe hulplijnen voor de bestuurder getoond worden.

Voorbeeld van hoe hulplijnen voor de bestuurder getoond worden.

De lijnen op het scherm worden geprojecteerd als stonden ze op de grond achter de auto. De lijnen zijn bovendien afhankelijk van de stuuruitslag, zodat u ook tijdens het draaien kunt zien welke baan de auto zal nemen.

Let op

  • Bij het achteruitrijden met een aanhanger/caravan geven de lijnen op het scherm de baan van de auto aan – niet die van de aanhanger/caravan.
  • Er verschijnen geen lijnen op het scherm, wanneer er een aanhanger/caravan is aangesloten op het elektrische systeem van de auto.
  • De Park Assist-camera wordt automatisch uitgeschakeld, wanneer u een aanhanger/caravan achter de auto hebt hangen die met originele trekhaakbedrading van Volvo aangesloten is.

Belangrijk

Let erop dat de schermweergave alleen het gebied recht achter de auto weergeeft – houd de zijkanten en de voorkant van de auto daarom goed in de gaten wanneer u tijdens het achteruitrijden aan het stuurwiel draait.

Grenslijnen

De verschillende lijnenDe afbeelding is schematisch en is dan ook geen correcte weergave van het desbetreffende model. van het systeem.

De verschillende lijnen

De afbeelding is schematisch en is dan ook geen correcte weergave van het desbetreffende model.

van het systeem.

Grenslijn vrije achteruitrijzone
“Wielsporen”

De onderbroken lijn (1) grenst een zone af die tot ca. 1,5 m achter de achterbumper strekt. Het vormt tegelijkertijd de grens voor de uitstekende delen van de auto, zoals buitenspiegels en hoeken – ook tijdens het maken van een bocht.

De brede ‘wielsporen’ (2) tussen de zijlijnen geven aan waar de wielen zich zullen bevinden en kunnen tot ca. 3,2 m achter de achterbumper reiken zolang er geen obstakel in de weg staat.

Auto’s met Park Assist-sensoren achter*

De afstand wordt aangegeven met gekleurde velden (4 stuks, voor elke sensor één).

De afstand wordt aangegeven met gekleurde velden (4 stuks, voor elke sensor één).

Als de auto ook is uitgerust met Park Assist-sensoren (Park Assist-sensoren), kan de afstand nauwkeuriger worden weergegeven en geven gekleurde velden aan welke van de 4 sensoren een obstakel registreert/registreren.

Kleur

Afstand (meter)

Lichtgeel

0,7–1,5

Oranje

0,5–0,7

Oranje

0,3–0,5

Rood

0–0,3


Was dit nuttig?