Parkeerweergave
De parkeerweergave gebruikt informatie van beide camera's en de parkeersensoren om beter te zien wat er in je omgeving gebeurt. Dat kan handig zijn als je bij lage snelheid manoeuvreert, bijvoorbeeld bij het parkeren.

| Beeld van de camera achter | Een camera aan de achterkant kan tijdens het achteruitrijden een overzicht van de omgeving geven. Het camerabeeld achter wordt in de onderste helft van het middendisplay weergegeven. |
|---|---|
| Weergave van de parkeersensoren | De weergave van de parkeersensoren geeft je een overzicht van de parkeersensoren van je auto en wordt in de bovenste helft van het middendisplay weergegeven. Je kunt zowel visuele als geluidswaarschuwingen krijgen als je te dicht bij een obstakel komt terwijl je langzaam of achteruit rijdt. |
| Lijnen bij begeleid parkeren | Het camerabeeld aan de achterkant kan lijnen weergeven die de geschatte baan bij achteruitrijden aangeven. Ze worden aangepast aan hoe je het stuurwiel draait. |
Je kunt ook zowel de automatische remmen achter als de geluidswaarschuwingen van de parkeersensoren in de parkeerweergave in- of uitschakelen.
De parkeerweergave openen
De parkeerweergave wordt meestal automatisch geopend als je deze nodig hebt. Je kunt deze weergave ook openen via de camera-app in de contextbalk.

Wanneer de parkeerweergave geopend is, kun je enkele instellingen voor de parkeerhulp aanpassen door op het instellingssymbool
in de rechterbovenhoek van de parkeerweergave te drukken.
De parkeerweergave wordt automatisch afgesloten wanneer je harder dan een bepaalde snelheid rijdt. Na het parkeren sluit de parkeerweergave zodra je de auto uitschakelt.
Obstakel- en afstandsdetectie
De parkeerweergave kan visuele en geluidswaarschuwingen geven als je auto obstakels vlak bij de auto detecteert.
Deze waarschuwingen veranderen als je verder dan een aanbevolen stoppunt gaat. De kleur van de visuele indicatie wordt rood en het geluid verandert naarmate je dichter bij het obstakel komt.
Belangrijk
Verantwoordelijkheid van de bestuurder
Obstakel- en afstandsdetectie is een aanvulling op veilig rijgedrag. Het blijft de verantwoordelijkheid van de bestuurder om goed op te letten en de auto zo veilig mogelijk te besturen.
Het is altijd de verantwoordelijkheid van de bestuurder om goed op de omgeving van de auto te letten en ervoor te zorgen dat het veilig is om de auto te manoeuvreren.
Beperkingen bij detectie
De obstakel- en afstandsdetectie van de auto kent beperkingen. Lees het aparte deel over detectie van de omgeving van de auto en het verkeer voordat je functies gebruikt die hierop vertrouwen.
Storingen bij het begeleid parkeren
Als je auto een storing in het systeem voor begeleid parkeren detecteert, wordt er een melding op het bestuurdersdisplay, het middendisplay of beide weergegeven. Camerastoringen kunnen ook worden gecommuniceerd met meldingen of symbolen in de parkeerweergave.
Neem contact op met een erkende Volvo-werkplaats als je het probleem niet zelf kunt oplossen.
N.b.
Kalibratie van de camera's
Na servicewerkzaamheden aan de parkeercamera van je auto kan het soms even duren voordat de camera zichzelf opnieuw heeft gekalibreerd. Dat betekent dat bepaalde functies, zoals de parkeerweergave, korte tijd na een servicebeurt niet beschikbaar zijn.